Inleiding
De
aanleg van de Noordelijke Randweg draagt bij aan de leefbaarheid van de
wijken die nu doorgaand verkeer moeten verwerken. De aanleg van een weg
heeft aan de andere kant ook altijd invloed op de directe omgeving en het
milieu.
Het tracé van de Noordelijke Randweg loopt langs
bebouwing en door natuurgebied. Daarom was er een aantal inpassingen
nodig om een optimale leefbaarheid te creëren en om het milieu
en de natuur zo veel mogelijk te sparen. Om die reden is op cruciale
punten gekozen voor speciale - duurdere - oplossingen. Dat zijn
bijvoorbeeld een ecoduct, een
geboorde Hubertustunnel en de
inpassing van de Noordelijke Randweg met een tunnel in de nieuwbouwlocatie
Sijtwende.
Minder
ingrijpend, maar zeker van belang, zijn de diverse kleinere ecologische
verbindingen en geluidsschermen waarmee de overlast in natuurgebieden
wordt beperkt.
Inpassen
en compenseren
In het ontwerp van de Noordelijke Randweg is veel
aandacht besteed aan de inpassing van de weg in de omgeving. Uitgangspunt
daarbij is ook de zorg voor milieu en natuur geweest. Er wordt
steeds gewerkt volgens het zogenaamde compensatiebeginsel. Dat wil zeggen:
allereerst wordt schade aan de natuur zoveel mogelijk vermeden. De tweede
stap is het verzachten van onvermijdbare aantasting van de natuur, door de
aanleg van ecologische verbindingen. Lukt dat niet, dan geldt het
compensatiebeginsel. Dat betekent: waar een stukje waardevolle natuur
verloren gaat, moet er elders nieuwe natuur voor in de plaats komen.
Liefst zo dichtbij mogelijk.
Ecoduct verzacht doorsnijding
Een voorbeeld van
het verzachten van de natuuraantasting is de aanleg van een eco-strook
langs het viaduct van het zogeheten fietspad nr. 10. Dat viaduct is
daarmee tevens ecoduct geworden.
Via deze strook kunnen kleine en grotere dieren veilig langs het
fietsverkeer geleid worden.
Andere voorbeelden zijn diverse
ecotunneltjes. Deze onderdoorgangen zijn bedoeld om voor dieren die gewend
zijn in het gebied rond te trekken, een veilige kruising met de
Noordelijke Randweg te creëren.
Aangetaste natuur elders
terugbrengen gebeurt in de Duivenvoordse en Veenzijdse polders. Daar zal
natuurgebied worden ontwikkeld speciaal voor de weidevogels die daar
leven.
Verlies aan duingebied wordt gecompenseerd door de
herinrichting van de Hertenkamp in Wassenaar
Een boom voor een boom
De natuurcompensatieregel
geldt heel concreet ook voor bomen: het aantal bomen in de directe
omgeving moet minstens gelijk blijven. Het principe is dus een boom voor
een boom.
Op bepaalde plaatsen blijken bomen namelijk - helaas -
letterlijk in de weg te staan. Langs het Haags en Wassenaars weggedeelte
moeten bomen plaats maken voornamelijk voor de verbreding van de bestaande
Landscheidingsweg. Dat speelt vooral tussen de kruising met het spoor en
de Wittenburgerweg. Waar mogelijk worden zulke bomen uitgegraven
en op een andere plek in de buurt herplant. Niet alle bomen kunnen
succesvol verplant worden, die moeten dan worden gerooid. Elders worden in
plaats hiervan dan nieuwe bomen geplant.
Bomen rooien
Begin 2001 zijn circa
450 bomen gerooid en ongeveer 2 ha bosschages langs de rand
van Duindigt. Diverse knotwilgen langs de volkstuinen van Eigen
Arbeid worden zijn verplant.
Boortunnel spaart duin
Het Hubertusduin is
een belangrijk stuk natuurgebied in Den Haag. Het tracé van de weg
loopt hier doorheen. Toch is dit gebied, zelfs met de aanleg van de
Noordelijke Randweg, behouden gebleven. Ten eerste gaat de weg er met een
tunnel onderdoor. Bovendien
vond de aanleg van die tunnel niet plaats via de traditionele open
bouwmethode - een brede sleuf die later wordt afgedekt. De tunnel werd
namelijk geboord met een speciaal ontwikkelde tunnelboormachiene.
Grondwaterstand
ongemoeid
Zeker in het natte westen van ons land heeft de
grondwaterstand van oudsher grote invloed op bouwwerkzaamheden. Het
gemakkelijkst werkt het om het water op de bouwplaats weg te pompen.
Anders gezegd: de grondwaterstand wordt plaatselijk verlaagd door middel
van bronbemaling. Dat kan echter problemen geven voor bijvoorbeeld de
natuur en de bestaande bebouwing in de omgeving. Bij de bouw van de kunstwerken
van de Noordelijke Randweg is er voor gezorgd dat zulke problemen zich
niet voordoen.
Tijdelijke grondwaterstandverlagingen vinden alleen
plaats binnen een waterdicht afgeschermde bouwplaats, zoals die van het
spoorviaduct. Buiten die geïsoleerde bouwkuip wordt de
grondwaterstand niet verlaagd, zodat er ook geen negatieve gevolgen zijn
voor de omgeving. Het aquaduct in de Vliet, inclusief de toeritten, is ook
gebouwd in een bemalingvrije bouwput. Dat wil zeggen dat de bouwput onder
water stond en allerlei bouwwerkzaamheden onder water plaatsvonden.
Inpassing in het
landschap
Een weg die is aangepast aan de omgeving is een minder
storende factor in het landschap. Daarom wordt de Noordelijke Randweg zo
goed mogelijk in het omringende landschap ingepast.
Het tracé
van de Noordelijke Randweg loopt door vijf verschillende
landschapstypen:
- de entree vanaf de A4: semi-stedelijk gebied
- het suburbane stadslandschap van Leidschendam-Voorburg
- Duivenvoordse en Veenzijdse Polder
- landgoederen (rondom
Wassenaar)
- duinen
Om de weg aan het landschap aan
te passen, hebben ontwerpers verschillende mogelijkheden. Ze kunnen
bijvoorbeeld kiezen voor bepaalde vormen van de taluds, voor inrichting en
begroeiing van de wegbermen of bijvoorbeeld voor bepaalde wallen of
schermen. Voorbeelden van zulke landschappelijke inpassing zijn te vinden
bij Mariahoeve in Den Haag en het
wegvak bij Duindigt in Wassenaar.
Heel bijzondere vormen van
landschappelijke inpassing zijn natuurlijk de ondertunneling van het
Hubertusduin en de oplossing in Sijtwende - de Sijtwendetunnel - waar de weg in een holle dijk
verdwijnt.