Zestig jaar plannen maken en
besluiten
De geschiedenis van de Noordelijke
Randweg begint al in de jaren 30. Al in 1938 werden de eerste plannen op
de kaart gezet om aan de noordzijde van Den Haag aan te sluiten op het
rijkswegennet. De oorlog en wederopbouw verhinderden echter de realisatie
hiervan.
De plannen werden in 1956 concreter,
toen een tracé voor de weg werd vastgesteld. Van aanleg kwam het
overigens niet.
Begin jaren 70 leek de Verlengde
Landscheidingsweg, zoals de weg destijds genoemd werd, vrij baan te
krijgen. Er werd zelfs al begonnen met de uitvoering. Zo werden in
Voorburg alvast kolommen gebouwd voor viaducten, die de Verlengde
Landscheidingsweg over het Oosteinde en de Mgr. van Steelaan moesten
voeren. Begin juni 2001 zijn de kolommen gesloopt.
Jaren '80: plannen weer actueel
Al die jaren was goed te zien hoe de weg zou moeten
gaan lopen: een brede strook werd altijd vrijgehouden van bebouwing. Met
uitzondering van de gemeente Voorburg zagen de betrokken overheden de
Verlengde Landscheidingsweg nog steeds als een van de oplossingen voor de
toenemende verkeersdruk op de wegen en in de wijken van de Haagse regio.
In de jaren 80 kwam het oude plan weer boven
tafel. Daarna volgde een lange periode van soms moeizaam bestuurlijk
overleg. Zo werd binnen het gemeentebestuur van Den Haag verschillend
gedacht over de wenselijkheid van de Verlengde Landscheidingsweg. Daarbij
werd de noodzaak van de weg afgezet tegen de inbreuk die de aanleg zou
maken op bijvoorbeeld het landschap rond het Hubertusduin.
1990: tracéstudie/MER
Om tot een afgewogen besluit te kunnen komen, besloten rijk, provincie
en gemeente Den Haag in 1990 om een studie uit te voeren. Het werd een
combinatie van een tracéstudie en een milieueffectrapportage (MER).
Daarin werden, naast de
realisatie van de nieuwe verbinding, ook verschillende alternatieve
oplossingen onderzocht. De studie bracht alle gevolgen in beeld die de
aanleg van de weg heeft voor de omgeving en de mensen die daar wonen.
De uitkomst van de studie was dat de voorkeur uitging
naar een weg met een regionaal karakter en een stedelijke vormgeving.
Grootschalige oplossingen werden in de studie afgewezen. Wel kreeg de
minister het advies het oorspronkelijke ontwerp enigszins aan te
passen.

Op basis
hiervan wijzigde het rijk ten eerste de plannen voor de weg in de gemeente
Voorburg. Besloten werd dat de weg tussen de Vliet en de Veurselaan
verdiept aangelegd zou worden, om de hinder voor de nabijgelegen
woonwijken te beperken. Een tweede aanpassing van het oorspronkelijke
ontwerp was de verbreding van de Landscheidingsweg naar 2x 2 rijstroken en
de aanleg van de Hubertustunnel tussen de Van Alkemadelaan en het
Hubertusviaduct. Hierdoor krijgt de Noordelijke Randweg een grotere
capaciteit en kan het verkeer uit de aangrenzende Haagse wijken worden
weggezogen. Ook maakte de studie duidelijk dat de aanleg van de verbinding
- inmiddels Noordelijke Randweg Haagse regio gedoopt - sluipverkeer in
Wassenaar zou kunnen opleveren. Daarop werd besloten verkeersbeperkende
maatregelen te treffen op het kruispunt met de Wittenburgerweg in
Wassenaar. Tevens is het kruispunt met de N44 aangepast. Doel van deze
laatste aanpassing is het doorgaande verkeer op de N44 vrij baan te geven
en de kans op filevorming tijdens de spitsuren belangrijk te
verkleinen..
1994:
Noordelijke Randweg komt er
Intussen kon in 1994
uiteindelijk worden besloten tot de aanleg van de Noordelijke Randweg.
Maar ook daarna namen het rijk en de gemeente Den Haag nog een belangrijke
beslissing.
De Hubertustunnel wordt in Den Haag
verlengd tussen het TNO-terrein en de Van Alkemadelaan. De keuze voor deze
lange tunnel - de Hubertustunnel -
lost veel problemen in één keer op. Daarbij gaat het in het
bijzonder om de geluidsoverlast en de leefbaarheid voor de direct
omwonenden.
Ten slotte besloot de gemeenteraad
van Den Haag in juni 2000 dat de Hubertustunnel volgens een nieuwe
boortechniek mag worden aangelegd. Dat werd mogelijk nadat de minister
extra geld had toegezegd voor de toepassing van een experimentele
boortechniek. Dankzij de keuze voor boren in plaats van graven, blijft ook
tijdens de bouw het duin ongemoeid.
Bij de
nadere uitwerking van het ontwerp werd mede op verzoek van Wassenaar de
aansluiting met de Rijksstraatweg nog aangepast. In aanvulling op de
eerdere plannen werd gekozen voor een verdiepte weg voor het doorgaande
verkeer op de Rijksstraatweg. Hiermee ontstaat een aansluiting met drie
verdiepingen. De Noordelijke Randweg op een viaduct; gelijkvloers het
afslaande verkeer; verdiept het doorgaande verkeer op de
Rijksstraatweg.
Sijtwende, oplossing voor meningsverschil
Een diepgaand meningsverschil bleef er tussen het rijk en de
gemeente Voorburg. De gemeente bleef van mening dat de nadelen van de
nieuwe weg niet zouden opwegen tegen de voordelen. De meningsverschillen
tussen rijk en Voorburg liepen in 1995 zo hoog op, dat de toenmalige
Verkeer & Waterstaatminister Jorritsma uiteindelijk de provincie
verzocht een aanwijzingsprocedure in te zetten. Dit dwong de gemeente om
binnen een jaar een bestemmingsplan vast te stellen.
Intussen had een projectontwikkelaar een alternatief plan voor inpassing
van de weg voorgesteld. De gemeente greep uiteindelijk de grote
bestuurlijke druk aan om dat alternatieve plan Sijtwende te ondersteunen. Hierbij wordt de aanleg van
de weg gecombineerd met de nieuwe woningbouwlocatie Sijtwende. In 1996
stemde minister met deze plannen in en stelde extra geld ter beschikking.
In Voorburg wordt de Noordelijke Randweg daardoor grotendeels overkapt,
wat extra ruimte biedt voor woningen en groen.
2008: klaar
Zo wordt de Noordelijke Randweg N14 na zestig jaar
plannen maken nu daadwerkelijk aangelegd. In 2008 moet alles klaar zijn.
En al is het idee van de noordelijke verbinding dan al oud, de plannen
zelf zijn in de tussentijd dus ingrijpend veranderd. Een geboorde tunnel
door het Haagse Hubertusduin: daar had een halve eeuw terug niemand aan
durven denken. Om maar niet te spreken van een holle dijk met woningen
erop en een weg erin.